Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, kreeg op 14 juli 2021 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 26 juli 2021.
Eiser betwistte de rechtmatigheid van de ophouding en voerde aan dat de noodzakelijkheid daarvan niet uit het proces-verbaal bleek. De rechtbank oordeelde echter dat de ophouding rechtmatig was vanwege de voorbereiding van het besluit tot inbewaringstelling. Verder werd de zware grond voor bewaring onder 3k (weigering medewerking aan overdracht zonder partner) door de rechtbank terecht aan eiser toegerekend, omdat hij niet samen met zijn partner kon worden overgedragen.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op overdracht bestond binnen de wettelijke termijn, maar dit werd niet onderbouwd. Ook stelde hij dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn medische omstandigheden en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank vond dat verweerder de belangen van eiser voldoende had meegewogen en dat de bewaring noodzakelijk was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.