Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse Dublinclaimant, werd op 19 juli 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de staandehouding onrechtmatig was omdat deze niet op de juiste wettelijke grondslag was gebaseerd en dat het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling onjuist was gevoerd. Daarnaast voerde hij aan dat de voortvarendheid bij zijn overdracht aan Duitsland ontbrak en dat er onvoldoende motivering was voor het niet toepassen van een lichter middel.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding terecht plaatsvond op grond van artikel 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, omdat verweerder nog niet wist wie eiser was en een vermoeden van illegaal verblijf bestond. Het gehoor was weliswaar beperkt tot vragen over uitzetting naar Marokko, maar dit leidde niet tot een motiveringsgebrek in de maatregel van bewaring. Verweerder had voldoende voortvarend gehandeld met betrekking tot de overdracht aan Duitsland.
Verder was de motivering voor het opleggen van bewaring in plaats van een lichter middel summier maar toereikend, aangezien eiser geen omstandigheden had aangevoerd die een lichter middel rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.