ECLI:NL:RBDHA:2021:16164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Roma uit Moldavië wegens onvoldoende vluchtelingengrond en sociaaleconomische motieven
Eisers, een Roma-familie uit Moldavië, vroegen asiel aan in Nederland. Hun aanvragen werden door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als ongegrond, met onmiddellijke vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar. Eisers voerden aan dat hun aanvragen via de Verlengde Asielprocedure hadden moeten worden behandeld vanwege een misverstand over afspraken met hun gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat het de eigen verantwoordelijkheid van eisers was om afspraken na te komen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een andere beoordeling rechtvaardigden.
De rechtbank stelde vast dat de redenen van eisers voor vertrek vooral sociaaleconomisch waren en onvoldoende verband hielden met het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM Pro. Hoewel de situatie van Roma in Moldavië zorgelijk is, was niet aannemelijk dat eisers ernstige discriminatie of een reëel risico op onmenselijke behandeling zouden ondervinden. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het IVRK werd verworpen omdat het gezin gezamenlijk kon terugkeren en er geen persoonlijke problemen van het minderjarige kind waren vastgesteld.
Verder oordeelde de rechtbank dat het onthouden van de vertrektermijn en het opleggen van het inreisverbod rechtmatig was, gezien de sociaaleconomische motieven van de asielaanvragen en het risico op onttrekking aan toezicht. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af, onthoudt de vertrektermijn en legt een inreisverbod op.