Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 5 juli 2021 het beroep van eiser tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, die de Algerijnse nationaliteit bezit en zonder geldige inreisdocumenten verblijft, betwistte enkele gronden voor de bewaring, met name dat hij met onbekende bestemming zou zijn vertrokken.
De rechtbank oordeelde dat deze grond terecht was laten vallen door verweerder, maar dat voldoende andere zwaarwegende gronden, zoals het ontbreken van geldige documenten en het gebruik van aliassen in andere EU-landen, de bewaring rechtvaardigen. Eiser stelde dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend was, maar de rechtbank vond dat de persoonlijke omstandigheden, waaronder het strafrechtelijk verleden van eiser en zijn weigering tot terugkeer, een zwaardere maatregel rechtvaardigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.