ECLI:NL:RBDHA:2021:1618

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2021
Publicatiedatum
25 februari 2021
Zaaknummer
NL20.14832
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en veilig land van herkomst

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gecombineerd met een andere zaak en eiser was niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.

De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiser en de vraag of Marokko voor hem een veilig land van herkomst is. De rechtbank overwoog dat Marokko in het algemeen als veilig land geldt, maar dat het voor eiser moest worden beoordeeld of dat ook voor hem geldt.

Verweerder heeft uitvoerig gemotiveerd waarom het verhaal van eiser over het conflict met zijn nicht en haar familie vaag, wisselend en tegenstrijdig is. Eiser heeft onvoldoende weerlegging geboden en slaagde er niet in om bewijsstukken te overleggen, ondanks dat hij al vier jaar uit Marokko vertrokken is. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat Marokko voor eiser onveilig is.

Daarom is het bestreden besluit terecht genomen en is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan op 11 februari 2021.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas en Marokko als veilig land van herkomst.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.14832
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. I. Wudka),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

ProcesverloopBij besluit van 27 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.14833, plaatsgevonden te Breda op 11 februari 2021. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Marokko in het algemeen een veilig land van herkomst is.
2. Wel in geschil is of het asielrelaas van eiser geloofwaardig is en – daarmee samenhangend – of Marokko voor eiser een veilig land van herkomst is.
3. Verweerder heeft uitvoerig uiteengezet waarom eisers verklaringen over zijn relatie met zijn nicht en het daaruit voortvloeiende conflict met haar familie vaag, wisselend en op onderdelen tegenstrijdig zijn. Eiser heeft daartegen weinig ingebracht. Zo heeft hij niet kunnen weerleggen dat hij niet eenduidig heeft verklaard over met wie hij nu precies een conflict had: de oudste broer van zijn nicht, beide broers of de hele familie. Ook heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiser al vier jaar weg is uit Marokko, maar er nog steeds niet in is geslaagd ‘een veelheid aan documenten’ ten bewijze van zijn asielrelaas te bemachtigen. Dat eiser gebrouilleerd is met zijn moeder en dat zij daarom zou weigeren om deze stukken aan hem toe te sturen, heeft verweerder niet ten onrechte als niet-verschoonbaar aangemerkt.
4. De conclusie is dat het asielrelaas van eiser niet ten onrechte als ongeloofwaardig is aangemerkt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko voor hem geen veilig land van herkomst is.
5. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2021 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.