Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse staatsburger, werd op 11 juli 2021 onder bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. Verweerder hief de bewaring op op 21 juli 2021. De rechtbank behandelde het beroep op 26 juli 2021.
De kern van het geschil betrof de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest en of eiser recht had op schadevergoeding. Eiser stelde dat hij Nederland had verlaten en twee weken in België verbleef, waarmee hij zou hebben voldaan aan zijn vertrekplicht. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet bestendig uit Nederland was vertrokken, omdat hij na twee weken terugkeerde om te werken en zich niet meldde bij de autoriteiten.
De rechtbank baseerde zich op een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 juni 2021, waarin werd geoordeeld dat een verwijderingsbesluit niet is nageleefd zonder daadwerkelijke en effectieve beëindiging van het verblijf in de gastlidstaat. De gronden voor bewaring waren daarom terecht en voldoende gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.