Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, werd op 8 juli 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico op onttrekking.
Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was en dat een lichter middel had moeten worden toegepast, omdat hij niet zelfstandig naar Oostenrijk was vertrokken en er geen risico op onttrekking zou zijn. De maatregel werd echter op 22 juli 2021 opgeheven, waarna de rechtbank het beroep op 26 juli 2021 behandelde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangen van eiser voldoende had meegewogen en gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk was. De gronden voor het significant risico op onttrekking werden niet betwist door eiser en waren gebaseerd op meerdere feiten, waaronder het niet verschijnen bij een vertrekgesprek.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.