ECLI:NL:RBDHA:2021:16189
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, met de Guinese nationaliteit, werd op 4 februari 2021 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen het voortduren van deze maatregel stelde hij beroep in. De rechtbank had eerder vastgesteld dat de bewaring tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De vraag in deze procedure betrof of de bewaring na dat moment onrechtmatig was.
De rechtbank beoordeelde dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld in het kader van de uitzetting, waaronder het aanvragen van een laissez passer bij de Guinese autoriteiten en het voeren van een vertrekgesprek met eiser. Wel oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de belangenafweging op 13 juli 2021 ten gunste van eiser werd gewijzigd, terwijl op 7 juli nog werd gesteld dat eiser onvoldoende medewerking verleende.
Hierdoor werd de bewaring vanaf 8 juli 2021 onrechtmatig geacht. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €100 per dag voor zes dagen onrechtmatige bewaring, totaal €600. Tevens werden proceskosten van €748 toegewezen aan eiser. De uitspraak is definitief en niet meer aan te vechten.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €600 toe wegens zes dagen onrechtmatige bewaring.