Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2021 in de zaak tussen
[eiser 1]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Ten aanzien van hetgeen in beroep is aangevoerd met betrekking tot de redenen van referent om het land van herkomst te verlaten, merkt verweerder op dat in het bestreden besluit niet enkel is verwezen naar de verklaringen tijdens de hoorzitting. Tevens is verwezen naar de verklaringen in de asielprocedure en de door referent ingebrachte medische gegevens (p. 5 beschikking)’’. Hiermee maakt verweerder niet inzichtelijk wat de betekenis is van deze overweging, maar handhaaft evenwel het standpunt zoals verwoord in het bestreden besluit dat de verklaringen van referente over haar vertrek uit Eritrea in haar nadeel worden meegewogen. De rechtbank vindt deze overweging niet inzichtelijk. Verweerder heeft dit ter zitting evenmin kunnen uitleggen. Verweerder heeft ontoereikend gemotiveerd welke betekenis of welk gewicht aan deze overweging toekomt in het licht van de objectieve belemmering. In paragraaf 7.4 van de Werkinstructie 2020/16 staat dat aan het bestaan van een objectieve belemmering in beginsel veel gewicht toekomt, terwijl verweerder in het bestreden besluit tegelijkertijd het asielmotief en de reden van vertrek uit Eritrea in het nadeel weegt van referente. Hierdoor kan de rechtbank niet goed beoordelen of sprake is van een fair balance bij de belangenafweging. Gelet hierop is het bestreden besluit onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt.
Uw klachten zijn niet van dien aard dat deze de economische belangen van Nederland overstijgen’’. De rechtbank vindt dat deze uitleg van de medische gegevens niet direct volgt uit de rapporten van de GGZ. Verweerder doet daarmee geen recht aan de inhoud van de rapporten, namelijk dat de klachten van referente in stand worden gehouden door de afwezigheid van haar gezinsleden. Het is onduidelijk waar de duiding van verweerder op is gebaseerd, waardoor niet inzichtelijk is gemaakt hoe verweerder dit belang heeft gewogen. Verweerder heeft het belang van referente op dit punt onjuist gewaardeerd. Deze waardering gaat vooraf aan de weging van het belang van referente, zoals verweerder dit op pagina 6 van het bestreden besluit uiteen heeft gezet. Ook op dit punt is het bestreden besluit onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. Ook deze beroepsgrond slaagt.
Verweerder volgt niet dat de banden met Ethiopië onderzocht hadden moeten worden, nu enkel is opgemerkt dat referent indien gewenst eisers aldaar of elders zou kunnen bezoeken”.Deze beroepsgrond slaagt niet.