ECLI:NL:RBDHA:2021:16214
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens coronamaatregelen en volksgezondheidsrisico
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, vroeg een visum voor kort verblijf aan om haar oom te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van artikel 32 van Pro de Visumcode, vanwege onvoldoende bewijs van het doel en de omstandigheden van het verblijf en het niet kunnen vaststellen van het vertrek voor het verstrijken van het visum.
Eiseres betwistte de afwijzing en stelde dat er sprake was van een algemeen inreisverbod dat niet op individuele basis kan worden toegepast en dat zij geen individuele bedreiging voor de volksgezondheid vormde omdat zij niet ziek was. Ook vond zij dat de beslissing op bezwaar had moeten worden uitgesteld vanwege de tijdelijke aard van de maatregelen.
De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod van de Europese Commissie sinds maart 2020 terecht werd toegepast en dat eiseres niet viel onder de uitzonderingen. De beoordeling van verweerder was voldoende individueel en rechtmatig. De rechtbank vond dat verweerder niet verplicht was de beslissing op bezwaar uit te stellen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard.