Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker 2], V-nummer: [v-nummer] , verzoeker 2 hierna samen: verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bij besluiten van 9 april 2021 een aanvraag tot verlenging van hun verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Tegen deze besluiten hebben verzoekers beroep ingesteld. Tijdens de zitting op 18 mei 2021, gehouden te Utrecht, zijn verzoekers verschenen met hun gemachtigde en is de zaak behandeld samen met twee andere zaken.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan en de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. De reden voor afwijzing is dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, waardoor voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk zijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van griffier mr. E. Kersten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan.