Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2021 in de zaak tussen
[eiseres] ,
,eiseres,
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 12 december 2019 een visum kort verblijf aangevraagd voor familiebezoek. Verweerder heeft dit visum afgewezen omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij het land binnen de visumduur zou verlaten en onvoldoende sociale en economische binding met Marokko had. Daarnaast werd de aanvraag afgewezen vanwege het categoriaal inreisverbod dat gold vanwege de coronapandemie.
Eiseres stelde dat verweerder nadere voorwaarden had kunnen stellen en dat zij gehoord had moeten worden over de nieuwe afwijzingsgrond die in bezwaar werd gehanteerd. De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod een geldige grondslag vormde voor de afwijzing en dat de Visumcode geen ruimte biedt voor een voorwaardelijk visum. Verder was het horen van eiseres niet noodzakelijk omdat het beroep op uitzonderingscategorieën niet aannemelijk was.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege het geldende categoriaal inreisverbod.