ECLI:NL:RBDHA:2021:16236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Staatssecretaris in proceskosten na intrekking beroep verblijfsvergunning
Verzoeker diende beroep in tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen. Tijdens de zitting op 6 januari 2021 verscheen verzoeker met zijn gemachtigde en tolk. Na aanvullende hoorzitting verleende de Staatssecretaris op 30 april 2021 alsnog de verblijfsvergunning aan verzoeker.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker zijn beroep in en verzocht de rechtbank om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten. De Staatssecretaris stemde in met vergoeding van proceskosten tot een bedrag van €1.068,-.
De rechtbank stelde vast dat de Staatssecretaris volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren van verzoeker en veroordeelde hem tot vergoeding van proceskosten van €1.496,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier E. Kersten op 21 juli 2021.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €1.496,- aan verzoeker.