ECLI:NL:RBDHA:2021:16238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende motivering belangenafweging
Eisers vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor familieleden, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank stelde in een tussenuitspraak dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name omtrent de belangenafweging en de weging van een objectieve belemmering en psychische klachten van de referente.
De Staatssecretaris heeft vervolgens een aanvullende motivering gegeven waarin hij onder meer stelde dat het bestaan van een objectieve belemmering niet doorslaggevend is en dat andere belangen, zoals het economisch belang van Nederland en het feit dat het om een eerste toelating gaat, zwaarder wegen. Ook motiveerde hij waarom de psychische klachten niet tot een positief besluit leiden.
De rechtbank oordeelt dat met deze aanvullende motivering het eerdere motiveringsgebrek is hersteld. De belangenafweging is voldoende transparant en niet onredelijk. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelt de rechtbank de Staatssecretaris in de proceskosten en vergoedt het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.