ECLI:NL:RBDHA:2021:16240
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit over overplaatsingsverzoek AZC
Eiser heeft een verzoek ingediend tot overplaatsing naar een asielzoekerscentrum waar hij kan verblijven op een eenpersoonskamer met eigen voorzieningen. Verweerder, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken een besluit genomen. Eiser ging te vroeg in beroep, maar de rechtbank verklaart het beroep toch ontvankelijk omdat de beslistermijn inmiddels is verstreken en verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiser moet worden aangemerkt als een feitelijke handeling in de zin van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waardoor het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond is. Er is geen andere adequate bestuursrechtelijke rechtsgang mogelijk, waardoor bezwaar en beroep openstaan.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat de beslissing uitblijft. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van € 267,- aan proceskosten wegens het inschakelen van professionele juridische hulp. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al op het beroep heeft beslist.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom en proceskostenvergoeding.