ECLI:NL:RBDHA:2021:16249
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep verblijfsvergunning
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd toegekend, maar met een onjuiste geboortedatum. Na intrekking van het beroep heeft de Staatssecretaris de geboortedatum aangepast.
Verzoekster vroeg vervolgens vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank overwoog dat een proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend indien het bestuursorgaan een standpunt herroept op gronden die een erkenning van onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit impliceren.
Omdat de wijziging van de geboortedatum plaatsvond nadat verzoekster in beroep een origineel paspoort had overgelegd en dit niet als een erkenning van onrechtmatigheid kon worden gezien, wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.A. Schuman en griffier M. van Ettikhoven op 7 juli 2021.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb.