ECLI:NL:RBDHA:2021:16255

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juli 2021
Publicatiedatum
4 mei 2022
Zaaknummer
NL21.206
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Schengengrenscode
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens illegale inreis en poging tot illegale uitreis

Eiser kreeg op 18 december 2020 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van nul dagen en een inreisverbod van twee jaar, omdat hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen en zich aan het toezicht had onttrokken.

Eiser stelde dat hij recht had op een vrije termijn van drie maanden in het Schengengebied en dat hij zich binnen drie dagen na binnenkomst moest melden bij de Nederlandse autoriteiten. Ook ontkende hij plannen te hebben gehad om illegaal naar Groot-Brittannië te reizen.

De rechtbank stelde vast dat eiser zich niet op de voorgeschreven wijze had gemeld en dat niet kon worden vastgesteld wanneer hij Nederland was binnengekomen, waardoor de vrije termijn niet was ingegaan. Daarnaast werd eiser aangetroffen in een trailer op het afgesloten haventerrein van DFDS in Rotterdam, wat voldoende bewijs leverde voor een poging tot illegale uitreis.

De rechtbank concludeerde dat de zware gronden voor het terugkeerbesluit en inreisverbod terecht waren toegepast en verklaarde het beroep ongegrond. Verweerder hoefde geen proceskosten te betalen.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.206
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Dogan),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 18 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van nul dagen én een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2021. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verweerder heeft het terugkeerbesluit en het inreisverbod gebaseerd op de zware gronden dat eiser Nederland niet op voorgeschreven wijze is binnengekomen en dat hij zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken. Verder heeft verweerder als lichte gronden in het besluit opgenomen dat eiser geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en dat hij niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
2. Eiser is het niet eens met het terugkeerbesluit en inreisverbod. Hij heeft aangevoerd dat hij het recht heeft op een vrije termijn van drie maanden waarbinnen hij in het Schengengebied kan blijven. Eiser had daarnaast na zijn inreis in Nederland drie dagen de tijd om zich te melden bij de Nederlandse autoriteiten. Verder heeft hij ontkend dat hij uitgebreide plannen heeft gehad om vanuit Nederland illegaal naar Groot-Brittannië te reizen, aldus eiser.
3. Eiser heeft zich bij binnenkomst in Nederland niet op de daartoe voorgeschreven wijze gemeld bij de Nederlandse autoriteiten. Evenmin is uit objectieve gegevens, zoals een paspoort, gebleken wanneer eiser Nederland is ingereisd. De vrije termijn die hij als Albanees op grond van de Schengengrenscode zou kunnen hebben, is daarom niet ingegaan. Als gevolg daarvan is ook niet te bepalen vanaf wanneer de termijn van drie dagen om zich te melden bij de Nederlandse autoriteiten is ingegaan.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser is aangetroffen in een trailer op het afgesloten haventerrein van DFDS in Rotterdam. Op basis hiervan heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiser heeft gepoogd om op illegale wijze uit te reizen naar Groot-Brittannië.
5. Uit 3 en 4 volgt dat verweerder de zware gronden terecht aan de besluiten ten grondslag heeft gelegd. Deze zware gronden zijn al voldoende om aan te nemen dat wat betreft eiser sprake is van een risico op onttrekking aan het vreemdelingentoezicht. Verweerder heeft dan ook terecht aan eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van nul dagen opgelegd. Hieruit vloeit voort dat verweerder een inreisverbod heeft kunnen opleggen voor de duur van twee jaar.
6. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.P.M. Veerman-Timmer, griffier. De beslissing is uitgesproken en bekendgemaakt op 23 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.