ECLI:NL:RBDHA:2021:16258
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen ingangsdatum verblijfsvergunning studie ondanks verblijfsgat
Eiseres had een verblijfsvergunning met het doel 'zoekjaar' van 13 augustus 2019 tot 13 augustus 2020 en vroeg wijziging naar een verblijfsvergunning 'studie'. Verweerder verleende deze met ingang van 1 september 2020, waardoor een verblijfsgat van 17 dagen ontstond.
Eiseres betoogde dat de ingangsdatum van de verblijfsvergunning 'zoekjaar' onjuist was en dat het verblijfsgat haar onevenredig zwaar zou treffen, onder meer vanwege gevolgen voor sociale verzekeringen en toekomstige verblijfsaanvragen. De rechtbank oordeelde dat bezwaar tegen de ingangsdatum van de verblijfsvergunning 'zoekjaar' had moeten worden gemaakt bij het oorspronkelijke besluit en dat het beroep daarom niet op die grond kon slagen.
Verder stelde de rechtbank vast dat de ingangsdatum van de verblijfsvergunning 'studie' juist was vastgesteld conform de duur van de studie en de startdatum ingevuld door de referent. De vermeende negatieve gevolgen van het verblijfsgat waren niet concreet gemaakt en het verblijfsgat heeft geen invloed op het recht op voortgezet verblijf of naturalisatie.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Reijnierse op 20 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de ingangsdatum van de verblijfsvergunning studie wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum blijft gehandhaafd op 1 september 2020.