ECLI:NL:RBDHA:2021:16261
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over mvv-aanvraag partner met schending hoorplicht
Eiseres, van Syrische nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan als partner van referent. De aanvraag werd afgewezen omdat onvoldoende bewijs was geleverd van een duurzame en exclusieve relatie en omdat referent niet voldeed aan het middelenvereiste wegens bijstandsontvangst zonder aantoonbare vrijstelling.
De rechtbank constateerde dat de overgelegde documenten niet controleerbaar waren en onvoldoende bewijs boden. Wel achtte de rechtbank het onzorgvuldig dat verweerder geen hoorzitting hield terwijl eiseres hierom had verzocht en omstandigheden zoals de medische situatie van referent en de betrokkenheid van diens zoon een nadere beoordeling rechtvaardigen.
Ook het middelenvereiste werd onvoldoende beoordeeld, omdat verweerder niet alle relevante bewijsstukken heeft meegewogen en geen hoorzitting hield. De rechtbank gelastte verweerder daarom om binnen een termijn het gebrek te herstellen door de ontbrekende documenten te beoordelen en zo nodig een hoorzitting te houden.
De procedure wordt aangehouden totdat verweerder het gebrek heeft hersteld. De rechtbank zal daarna uitspraak doen over het beroep. Tegen deze tussenuitspraak is nog geen hoger beroep mogelijk, maar dit kan samen met het hoger beroep op de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Staatssecretaris om de mvv-aanvraag opnieuw te beoordelen na ontvangst van ontbrekende bewijsstukken en het houden van een hoorzitting.