Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. E.C.M. Boerboom, griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen de voortzetting van de maatregel van vreemdelingenbewaring beoordeeld. Eiser is sinds 7 december 2020 in bewaring genomen op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en betwist de rechtmatigheid van deze maatregel sinds januari 2021.
Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij het uitzettingstraject naar Marokko, mede omdat hij niet meewerkt en de Marokkaanse autoriteiten geen reisdocumenten verstrekken. De rechtbank stelt vast dat verweerder sinds 2017 al 66 keer schriftelijk heeft gerappelleerd en dat eiser in oktober 2019 persoonlijk is gepresenteerd bij de Marokkaanse autoriteiten. Er is geen indicatie dat de Marokkaanse autoriteiten spoedig een laissez-passer zullen afgeven.
De rechtbank overweegt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat het uitzettingstraject niet kan worden versneld zolang eiser niet zelf aangeeft terug te willen keren. Eiser weigert mee te werken en kiest bewust voor detentie in afwachting van verblijf in Nederland. Gezien deze feiten is er geen gebrek aan zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals zijn lange verblijf en familie in Nederland, worden erkend maar kunnen niet leiden tot opheffing van de maatregel omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en een inreisverbod geldt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.