ECLI:NL:RBDHA:2021:16276
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 25 mei 2021.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 9 juni 2021, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een telefonische tolk aanwezig was.
De voorzieningenrechter overweegt dat gezien de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan op 11 juni 2021 door voorzieningenrechter R.J.A. Schaaf en griffier E. Kersten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op het bestreden besluit reeds is behandeld.