Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, werd op 28 juli 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgeheven op 2 augustus 2021, waarna eiser beroep instelde tegen de bewaring en tevens een verzoek om schadevergoeding indiende. De rechtbank behandelde het beroep op 10 augustus 2021.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest. Verweerder had de bewaring gebaseerd op zware gronden, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland en het zich onttrekken aan toezicht. Eiser voerde aan dat deze gronden niet op hem van toepassing waren en dat een lichter middel passend was vanwege zijn medische klachten.
De rechtbank oordeelde dat eiser inderdaad niet met juiste reisdocumenten was binnengekomen en zich niet beschikbaar had gehouden voor de asielprocedure in een andere lidstaat, waardoor de zware grond terecht was toegepast. Ook het niet melden van zijn verblijfplaats rechtvaardigde de maatregel. Verweerder had bovendien rekening gehouden met de medische situatie van eiser en voldoende gemotiveerd dat bewaring noodzakelijk was. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.