ECLI:NL:RBDHA:2021:16329
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij eiser niet is verschenen.
De rechtbank overweegt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Spanje. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van systematische tekortkomingen in de Spaanse asielprocedure en opvangvoorzieningen die een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling opleveren. Het AIDA-rapport van maart 2021 ondersteunt dit oordeel.
Eiser stelde dat hij onder zeer slechte omstandigheden in Spanje verbleef en onvoldoende voedsel ontving, maar heeft dit niet voldoende onderbouwd. Ook klachten bij Spaanse autoriteiten zijn niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank volgt de jurisprudentie dat een bijzonder hoge drempel geldt voor het aannemen van risico op schending van artikel 4 Handvest Pro en artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat er geen sprake is van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.