Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 30 april 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij op 1 april 2021 met onbekende bestemming was vertrokken en geen rechtmatig verblijf meer had. Eiser betwistte deze grondslag en stelde dat hij rechtmatig verblijf had en dat de ophouding onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had aangetoond dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en dat de maatregel van bewaring terecht was opgelegd vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser betwistte enkele gronden, maar de rechtbank vond de zwaarste gronden voldoende gemotiveerd en feitelijk juist.
Verder stelde eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de overdracht aan Duitsland. De rechtbank stelde vast dat tussen 30 april en 11 mei 2021 een asielaanvraag van eiser aanhangig was, waardoor verweerder geen handelingen hoefde te verrichten. Na intrekking van de aanvraag handelde verweerder direct. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.