Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser maakte bezwaar tegen de maatregel van bewaring die aan hem was opgelegd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de grondslag van de maatregel onjuist was omdat er geen overdrachtsbesluit of claimakkoord met Zwitserland bestond op het moment van inbewaringstelling.
De rechtbank oordeelde dat voor de maatregel slechts een concreet aanknopingspunt voor een overdracht volgens de Dublinverordening vereist is, en dat dit aanwezig was door informatie van de Roemeense autoriteiten. De betwiste zware grond onder 3k werd door eiser betwist, maar de rechtbank vond dat de overige onbetwiste zware gronden 3a en 3b voldoende waren om de maatregel te dragen.
Verder stelde eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld door het claimverzoek pas op 6 mei 2021 te versturen, terwijl op 4 mei al bekend was dat Zwitserland verantwoordelijk was. De rechtbank vond dat het versturen van het claimverzoek op de tweede dag van de inbewaringstelling voldoende voortvarend was.
Eiser trok zijn beroepsgrond met betrekking tot zicht op uitzetting in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.