Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Verweerder legde op 2 juli 2021 aan eiser de maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, wegens risico op ontduiking van toezicht en belemmering van uitzetting. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
Eiser betoogde dat verweerder naliet navraag te doen bij het Openbaar Ministerie over een mogelijk strafrechtelijk onderzoek, zoals voorgeschreven in artikel 6.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000, waardoor het zicht op uitzetting ontbrak en verweerder onvoldoende voortvarend zou hebben gehandeld. Verweerder liet de lichte grond 4e (verdachte van een misdrijf) vallen en stelde dat geen strafrechtelijke procedure openstond.
De rechtbank stelde vast dat er geen aanknopingspunten waren voor een strafrechtelijk onderzoek, hetgeen werd bevestigd door het ontbreken van strafvorderlijke gegevens in het Uittreksel Justitiële Documentatie en een recente controle. Tevens vond op 6 juli 2021 een vertrekgesprek plaats en werd diezelfde dag een vlucht aangevraagd, waarbij eiser zelf met hulp van de IOM een vlucht had geboekt.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld en het beroep ongegrond was. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.