ECLI:NL:RBDHA:2021:16375
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter onbevoegd bij beroep tegen vaststelling hoogte rechterlijke dwangsom
Eiser diende op 29 januari 2019 een asielaanvraag in. Nadat verweerder niet tijdig op de aanvraag had beslist, stelde eiser verweerder in gebreke en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank Roermond verklaarde dit beroep gegrond en legde een dwangsom op indien niet binnen vier weken werd beslist.
Verweerder besloot uiteindelijk op 31 juli 2020 de asielaanvraag toe te wijzen en stelde de hoogte van de verbeurde dwangsom vast op €1.200,-. Eiser was het hier niet mee eens en stelde dat de volledige dwangsom van €15.000,- verschuldigd was.
De rechtbank oordeelde dat de vaststelling van de hoogte van de dwangsom geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en daarmee geen besluit in de zin van de Awb. Hierdoor is de bestuursrechter onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en dient eiser zich tot de burgerlijke rechter te wenden.
De rechtbank verklaarde zich dan ook onbevoegd en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld binnen zes weken na bekendmaking.
Uitkomst: De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de vaststelling van de hoogte van de rechterlijke dwangsom.