ECLI:NL:RBDHA:2021:16399
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen maatregel bewaring vreemdeling
Eiser, met de Colombiaanse nationaliteit, is na zijn strafrechtelijke detentie op 20 augustus 2021 in bewaring gesteld in een detentiecentrum op Schiphol. Tegen deze maatregel van bewaring, opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft eiser beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan.
Tijdens de zitting op 30 augustus 2021 was eiser niet aanwezig, maar er werd een afstandsverklaring ingediend. De rechtbank overweegt dat de gronden voor de bewaring – waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het gebruik van valse documenten en het onttrekken aan toezicht – niet zijn betwist. Het aangevoerde gebrek aan risico op onttrekking aan toezicht is onvoldoende onderbouwd.
Verder is het beroep gericht op onvoldoende voortvarendheid van verweerder afgewezen omdat het vertrekgesprek binnen de toegestane termijn gepland staat. Wel is erkend dat verweerder zich onvoldoende heeft ingespannen tijdens de strafrechtelijke detentieperiode van eiser, maar dit weegt niet zwaarder dan de belangen van voortzetting van de bewaring. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.