Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Algerijnse nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar, alsmede een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde dat hem ten onrechte een vertrektermijn van nul dagen was opgelegd, terwijl hij eerder een termijn van 28 dagen had gekregen. De rechtbank oordeelde dat het verkorten van de vertrektermijn naar nul dagen gerechtvaardigd was vanwege het risico op onttrekking aan toezicht.
Daarnaast betwistte eiser slechts één van de zware gronden voor de maatregel van bewaring, maar de rechtbank vond de overige gronden voldoende gemotiveerd en feitelijk juist, waardoor het beroep op de maatregel faalde. Eiser voerde ook aan dat de Staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in het aanvragen van een laissez-passer (LP) voor zijn uitzetting, maar de rechtbank stelde dat alleen het handelen vanaf de datum van bewaring relevant is en dat de Staatssecretaris sindsdien voldoende actie had ondernomen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit, inreisverbod en maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.