Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 748,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 30 juni 2021. Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de bodemzaak behandeld op 27 juli 2021. Bij uitspraak van de bodemzaak (zaaknummer NL21.10844) is reeds een beslissing genomen, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens veroordeelt de voorzieningenrechter de verweerder in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 748,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Deze kosten betreffen de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor het indienen van het verzoekschrift. De kosten voor het verschijnen ter zitting worden reeds in de bodemzaak vergoed.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.J.A. Schaaf en griffier E. Kersten op 12 augustus 2021. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.