ECLI:NL:RBDHA:2021:16416
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 13 augustus 2021.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Verweerder diende een verweerschrift in en partijen gaven aan niet ter zitting te zullen verschijnen.
Op de dag van de uitspraak heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.13136), waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.J.A. Schaaf en griffier A. Vranken op 1 september 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.