ECLI:NL:RBDHA:2021:16420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was op 17 augustus 2021 opgelegd en op 28 augustus 2021 opgeheven. Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was vanwege een foutief tijdstip in het proces-verbaal van ophouding, en dat een lichter middel had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat het tijdstip van ophouding correct was gecorrigeerd met een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal, waardoor geen sprake was van onrechtmatigheid. De gronden voor de bewaring, waaronder het risico op onttrekking aan toezicht en eerdere overtredingen van vreemdelingenwetgeving, werden niet betwist en waren voldoende om de maatregel te dragen.
Verder vond de rechtbank dat de Staatssecretaris terecht geen lichter middel had toegepast, mede omdat eiser zich niet had gemeld bij de autoriteiten en bekend was met de ongewenstverklaring. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.