ECLI:NL:RBDHA:2021:16429

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 augustus 2021
Publicatiedatum
14 juni 2022
Zaaknummer
NL21.13151
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een asielvergunning bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De gemachtigde van verzoeker verscheen niet ter zitting en verzocht om aanhouding, wat door de rechtbank werd afgewezen. De rechtbank vroeg vervolgens een schriftelijke reactie van verweerder op het aanvullende standpunt van verzoeker.

De voorzieningenrechter oordeelde dat nu op het beroep zelf al uitspraak was gedaan in een andere zaak, een voorlopige voorziening niet langer nodig was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL21.13151
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.M. van Duren).

Procesverloop

Bij besluit van 13 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een asielvergunning bepaalde tijd, niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij bericht van 30 augustus 2021 heeft de gemachtigde van verzoeker laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen, een verzoek om aanhouding gedaan en voor zover dat wordt afgewezen een aanvullend standpunt ingenomen.
De rechtbank heeft het verzoek om aanhouding afgewezen.
Hierop heeft de rechtbank verweerder verzocht een schriftelijke reactie te geven op het aanvullende standpunt en dat heeft verweerder gedaan, waarna de rechtbank uitspraak heeft gedaan.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.13150, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.P.M. Veerman-Timmer, griffier. De beslissing is uitgesproken en bekendgemaakt op 31 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.