ECLI:NL:RBDHA:2021:16433
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Iraanse verzoekster
Verzoekster, van Iraanse nationaliteit, had een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 5 augustus 2021. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 1 september 2021 samen met een verwante zaak. Omdat de rechtbank op die datum reeds uitspraak had gedaan op het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.12946), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 10 september 2021 door voorzieningenrechter M. Eversteijn, en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.