ECLI:NL:RBDHA:2021:16466

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2021
Publicatiedatum
21 juni 2022
Zaaknummer
NL21.7143
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na beroep ongegrond verklaard

Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel aangevraagd die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 3 juni 2021. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Direct na de zitting is de voorlopige voorziening afgewezen.

De voorzieningenrechter motiveert dat omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep en dit beroep ongegrond heeft verklaard, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL21.7143
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Agayev), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. V. Ilić).

Procesverloop

Bij besluit van 4 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.7142, plaatsgevonden op 3 juni 2021. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2.
3. Bij uitspraak van 3 juni 2021, zaaknummer NL21.7142, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2021 door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.H.W. Schierbeek, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
14 juni 2021

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.