Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Poolse nationaliteit, werd op 29 augustus 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
Eiser voerde aan dat hij niet op de hoogte was van zijn ongewenstverklaring van 24 april 2019 en daarom rechtmatig verblijf had. De rechtbank constateerde dat het uitreikingsblad niet vermeldde dat het besluit aan eiser was uitgereikt, maar concludeerde op basis van het proces-verbaal van gehoor dat eiser wel degelijk op de hoogte was van de ongewenstverklaring.
Verweerder trok één van de gronden voor bewaring in, maar de overige gronden werden door eiser betwist. De rechtbank oordeelde dat de gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren en dat deze de maatregel van bewaring konden dragen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.