Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 28 augustus 2021 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit stelde hij beroep in, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt.
De rechtbank behandelde het beroep op 13 september 2021 te Utrecht, waar eiser verscheen met een waarnemer en een tolk. De enige grond van eiser was dat er geen zicht op uitzetting naar Algerije zou zijn, verwijzend naar een eerdere uitspraak van 20 april 2021.
De rechtbank verwees echter naar een latere uitspraak van 18 mei 2021 waarin werd geoordeeld dat er wel degelijk zicht op uitzetting naar Algerije bestaat. De rechtbank nam deze overwegingen over en oordeelde dat het beroep ongegrond is. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Verduijn en griffier M.A.W.M. Engels en op 17 september 2021 bekendgemaakt. Tegen dit vonnis kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.