Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn herhaalde aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen als kennelijk ongegrond. Dit verzoek is gelijktijdig behandeld met het beroep tegen het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak op het beroep, waarin de bodemzaak is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wordt het verzoek afgewezen.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de verweerder in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de beroepsmatige rechtsbijstand. De kosten voor het verschijnen ter zitting zijn reeds vergoed in de bodemzaak.
De uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, en is uitgesproken en bekendgemaakt op 14 september 2021. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van € 748,-.