Eiseres verzocht om een zelfstandige asielvergunning, nadat zij eerder een afhankelijke vergunning had gekregen vanwege haar echtgenoot. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weigerde dit en motiveerde dit besluit onvoldoende, waarop de rechtbank bij tussenuitspraak een herstel van de motivering eiste.
De aanvullende motivering van verweerder stelde dat de huisinval geloofwaardig was, maar dat er geen reëel risico bestond op vervolging of ernstige schade voor eiseres. Eiseres betwistte dit en stelde dat de Iraanse autoriteiten via inbeslaggenomen digitale gegevens bewijs hadden van haar deelname aan demonstraties en het zingen voor een gemengd publiek, wat in Iran verboden is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de Iraanse autoriteiten geen kennis zouden hebben genomen van het materiaal op de laptop, vooral het videomateriaal van het zingen. Hierdoor was het motiveringsgebrek niet hersteld. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf verweerder vier weken om een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de proceskosten van € 748,- aan eiseres werden toegekend.