Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 7 september 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser voerde aan dat de asielprocedure onduidelijk was en dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, zoals een meldplicht. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had toegelicht welke informatie ontbrak en dat de zware gronden 3a en 3b feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Eiser was tijdens de asielprocedure met onbekende bestemming vertrokken en aangetroffen bij illegale uitreis naar Engeland.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht had gekozen voor bewaring en niet voor een lichter middel, gezien het concrete risico op toezichtontduiking. Ook het argument dat een andere persoon niet in bewaring was gesteld, leidde niet tot een ander oordeel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.