ECLI:NL:RBDHA:2021:16487
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na ongegrond beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast is aan verzoeker een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 21 juni 2021, waarbij verzoeker niet is verschenen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak (beroep) reeds is behandeld en ongegrond is verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.