ECLI:NL:RBDHA:2021:1650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens overschrijding inkomensgrens volgens artikel 56 lid 3 WIA
Eiser ontving een WIA-uitkering die per 1 juni 2020 werd beëindigd door het UWV omdat hij gedurende een jaar meer dan 65% van zijn maatmaninkomen verdiende. Eiser stelde dat hij nipt teveel verdiende en verwees naar een voorgenomen wetswijziging die artikel 56 lid 3 WIA Pro zou laten vervallen, waardoor de uitkering niet beëindigd had mogen worden.
De rechtbank oordeelde dat de berekening van het UWV niet was bestreden en dat de wettelijke bepaling dwingend is, waardoor geen ruimte bestaat voor afwegingen. De voorgenomen wetswijziging was nog niet in werking getreden en kon geen rechtsgevolg hebben.
Daarom was de beëindiging van de WIA-uitkering terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 1 juni 2020.