ECLI:NL:RBDHA:2021:16504
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door verweerder niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat hij specialistische medische behandeling nodig heeft die hij in Duitsland niet heeft gekregen, en dat overdracht aan Duitsland daardoor een schending van artikel 4 Handvest Pro oplevert.
De rechtbank oordeelt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat Duitsland niet in staat is de noodzakelijke zorg te bieden. De medische onderbouwing van eiser toont wel zorgbehoefte, maar niet dat Nederland de meest aangewezen lidstaat is voor deze zorg. De rechtbank acht de medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar en gaat ervan uit dat eiser daar toegang tot zorg heeft.
De enkele stelling van eiser dat hij in Duitsland niet behandeld is, is onvoldoende om het besluit te vernietigen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.