ECLI:NL:RBDHA:2021:16506
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Duitsland inderdaad verantwoordelijk is omdat eiser daar eerder een asielaanvraag heeft ingediend. Verweerder heeft een terugnameverzoek naar Duitsland gestuurd, dat is geaccepteerd, waardoor het claimakkoord vaststaat. Eiser is in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op dit voornemen, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Verder heeft een aanmeldgehoor plaatsgevonden waarin eiser informatie heeft kunnen geven over zijn familie, reisroute en bezwaren tegen overdracht. De rechtbank oordeelt dat hiermee voldaan is aan de vereisten van artikel 5 van Pro de Dublinverordening, waaronder het persoonlijk onderhoud, zodat het beroep geen doel treft.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan op 25 mei 2021 en op 26 mei 2021 bekendgemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.