ECLI:NL:RBDHA:2021:16508
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vanwege Dublinverordening
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die niet door Nederland in behandeling is genomen omdat Oostenrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betwist dit en voert aan dat Nederland het nationaalrechtelijk criterium van 'onevenredige hardheid' onvoldoende heeft toegepast en gemotiveerd in relatie tot het Unierecht.
De rechtbank stelt vast dat eiser inderdaad een asielaanvraag in Oostenrijk heeft gedaan, waardoor Oostenrijk verantwoordelijk is. De rechtbank oordeelt dat Nederland niet verplicht is het verzoek van eiser in behandeling te nemen en dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid op juiste wijze heeft uitgeoefend en gemotiveerd.
De rechtbank verwijst naar relevante arresten van het Hof van Justitie van de EU, waaronder het arrest M.A., waarin is bevestigd dat lidstaten beoordelingsbevoegdheid hebben bij de toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro zonder bijzondere voorwaarden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.