ECLI:NL:RBDHA:2021:16521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser uit Pakistan heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland tekortschiet in de opvang en procedure.
Eiser stelde dat de opvangcentra in Duitsland niet voldoen aan basisbehoeften, dat er discriminatie en raciaal geweld plaatsvindt, en dat het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand in Duitsland zijn recht op een eerlijk proces schaadt. De rechtbank concludeert dat de door eiser aangevoerde rapporten verouderd zijn en geen actueel beeld geven, en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt persoonlijk slachtoffer te zijn geweest.
Verder is vastgesteld dat Duitsland het asielverzoek in behandeling zal nemen en dat het claimakkoord garanties biedt dat de procedure in lijn is met Europese richtlijnen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wijst ook op het ontbreken van een grond voor indirect refoulement en bevestigt dat het Nederlandse bestuursorgaan niet mag afwijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in deze context.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.