ECLI:NL:RBDHA:2021:16546
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid bedreiging familie en mensensmokkelaar
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na bedreiging door zijn familie vanwege het weigeren van een erfopvolgingspositie en problemen met een mensensmokkelaar die hem dwong tot prostitutie in Italië.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzaak om de positie van zijn overleden vader over te nemen en onvoldoende aannemelijkheid van het risico op represailles van de mensensmokkelaar. Eiser voerde aan dat de afwijzing ondeugdelijk was gemotiveerd en dat de bedreigingen en risico's wel aannemelijk waren.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende uitleg gaf over de erfopvolgingspositie en de gevolgen van het niet opvolgen voor zijn familie. Ook achtte de rechtbank het vermoeden van represailles door de mensensmokkelaar onvoldoende concreet, mede omdat sinds 2019 geen contact was geweest. De verwijzing naar landeninformatie over mensenhandel kon dit niet compenseren.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit deugdelijk was gemotiveerd en wees het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.