ECLI:NL:RBDHA:2021:16555

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 oktober 2021
Publicatiedatum
8 juli 2022
Zaaknummer
NL21.7540
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke zaak over rechtmatig verblijf

Verzoekster, een Poolse gemeenschapsonderdaan, had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd vastgesteld dat zij geen rechtmatig verblijf had op grond van het Unierecht. Na afwijzing van het bezwaar heeft zij beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 14 september 2021. Verzoekster vroeg tevens vrijstelling van griffierecht vanwege betalingsonmacht, omdat zij dakloos is en geen inkomen of vermogen heeft. Dit verzoek werd toegewezen.

De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de bodemprocedure (zaaknummer NL21.7539), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, en bekendgemaakt op 7 oktober 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemprocedure is afgerond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.7540
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.G.P. de Boon), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: A. van Midden).

Procesverloop

In het besluit van 10 november 2020 (primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft op grond van het Unierecht.
In het besluit van 20 april 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het beroep met nummer NL21.7539, op 14 september 2021 op zitting behandeld. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft de Poolse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1979.
2. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht voor de behandeling van haar verzoek om voorlopige voorziening wegens betalingsonmacht. Ter onderbouwing van dit verzoek is aangegeven dat eiseres dakloos is en niet over inkomen of over vermogen beschikt. Gelet hierop wijst de rechtbank het verzoek om vrijstelling van betaling van het griffierecht toe.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.7539 heeft de rechtbank uitspraak gedaan
op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
07 oktober 2021
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Mr. L.A. Banga L.L. Hol
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.