Verzoekers, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, hadden beroep ingesteld tegen besluiten van verweerder. Vervolgens ontvingen zij een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en trokken het beroep in. Hierna verzochten zij om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overweegt dat een proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend indien het bestuursorgaan binnen het geding het besluit herroept op gronden die de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit erkennen. In deze zaak is het besluit herzien vanwege nieuwe feiten en veranderde omstandigheden, waaronder een medisch advies over een niertransplantatie.
Omdat de intrekking van het beroep en het nieuwe besluit niet duiden op erkenning van onrechtmatigheid, maar op gewijzigde omstandigheden, is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van de Awb. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.