ECLI:NL:RBDHA:2021:16557
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning familie en gezin
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangevraagd voor het verblijfsdoel 'familie en gezin'. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek op 3 juni 2021 afgewezen en tevens een vertrekopdracht en een licht inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en een voorlopige voorziening gevraagd om in Nederland te kunnen blijven totdat het bezwaar is behandeld. Tijdens de zitting op 8 oktober 2021 is het verzoek behandeld, waarbij verweerder niet is verschenen.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang. Gelet op het ontbreken van een concrete uitzettingsdatum en het feit dat er geen onomkeerbare situatie dreigt, wordt het spoedeisend belang niet vastgesteld. Ook is niet gebleken dat het besluit evident onrechtmatig is.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker kan bij het dreigen van een concrete uitzetting opnieuw een verzoek indienen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en evidente onrechtmatigheid.